Medisch-ethische commissies als doelwit van schadeclaims?
January 6, 2003
(9-9) Door de dood van de 18-jarige Jesse Gelsinger in 1999 in een
gentherapie-experiment waarin de proefpersonen niet adequaat bleken te zijn
lijkt er een einde te komen aan de relatieve immuniteit van medische
onderzoekers voor juridische claims
De familie won een miljoenenschikking. De schikking lijkt de deur opengezet
te hebben voor andere rechtszaken die zich richten op onvoldoende
bescherming van proefpersonen. De advocaat die de zaak Gelsinger in handen
had heet Alan Milstein. Hij begint een bekendheid te worden.
In de nasleep van de zaak Gelsinger werd door National Institutes of Health
vastgesteld dat honderden nadelige reacties bij vrijwilligers bij
genoverdracht experimenten niet gemeld waren zoals dat moest...
Het lijkt er op dat Milstein een gat in de markt heeft ontdekt. Hij heeft
zich niet alleen tot doel gesteld op te treden voor mensen die aantoonbare
schade geleden hebben, maar ook voor mensen waarbij dat minder duidelijk het
geval is. Gevallen waarin niet in overeenkomst gehandeld zou zijn met
geaccepteerde principes van de klinische research zoals die onder meer
neergelegd zijn in de Verklaring van Helsinki. Het kan onder meer gaan om
claims wegens "dignitary harm" (niet met waardigheid behandeld zijn),
informed consent-formulieren die niet goed begrepen kunnen worden, het niet
volledig open zijn over de risico's van een experiment, onvoldoende toezicht
of het bedrieglijk overhalen om in een onderzoek te participeren door
onderzoekers die financieel belang hebben bij de resultaten van het
onderzoek.
Verder verkent Milstein nieuwe mogelijkheden door zich te richten op
medisch-ethische commissies. In januari 2001 diende hij namens proefpersonen
die deelgenomen hadden aan een onderzoek van de Universiteit van
Oklahoma-Tulsa een klacht in. Niet alleen tegen de hoofdonderzoeker, de
president van de universiteit en de sponsorende industrie maar ook tegen de
individuele leden van de medisch-ethische commissie. Tot dusver zijn nog
geen leden van medisch-ethische commissies veroordeeld. Wel zij er
schikkingen tot stand gekomen in zaken waar deze commissies bij de klacht
betrokken waren.
Medisch-ethische commissies vormen een essentiële waarborg voor de
bescherming van proefpersonen én de belangen van de klinische research. In
ons land doen de leden dit moeilijke werk belangeloos naast hun gewone
verplichtingen. Als zij het doel kunnen worden van claims ligt het voor de
hand dat de animo om lid van een dergelijke commissie te zijn verdwijnt, of
wat ook schadelijk is, dat ze te voorzichtig worden.
Een bezoek aan de website (www.sskrplaw.com) van de firma waarin Milstein
partner is een aanrader, alleen al omdat "Bioethic Chronology: A History of
Broken Rules" daarin een overzicht geeft van experimenten met mensen te
beginnen met het groente-experiment met jonge joodse gevangenen in het
bijbelboek Daniël. (HvdH)